Verlichting van het voertuig
Uw auto moet alle verplichte verlichting in goede staat hebben: stadslichten, dimlicht, groot licht, achterlichten, remlichten, richtingaanwijzers, kentekenverlichting en minstens één mistachterlicht. Verlichting moet wit of geel zijn aan de voorkant en rood aan de achterkant; richtingaanwijzers zijn oranje. Een kapot licht is niet alleen gevaarlijk maar ook strafbaar en een afkeurpunt bij de APK. Voorbeeld/controle: loop voor een lange rit even rond de auto en laat iemand de remlichten en knipperlichten checken, of gebruik een muur of etalageruit als spiegel. Vervang een defecte lamp meteen — rijden met één werkend achterlicht maakt u 's nachts moeilijk in te schatten voor anderen. Houd de lampen en reflectoren schoon; vuil en sneeuw verminderen de lichtopbrengst sterk.
Kernregels
- 1Verplicht: stadslicht, dimlicht, groot licht, achter-, rem- en richtinglichten
- 2Voor wit/geel, achter rood, richtingaanwijzers oranje
- 3Defecte verlichting = gevaarlijk, strafbaar en APK-afkeurpunt
- 4Vervang een kapotte lamp direct
- 5Houd lampen en reflectoren schoon
Oefen dit onderwerp
Test je kennis met gerichte CBR-vragen