TheorieVerkeersregelsRotondes en kruispunten

Rotondes en kruispunten

Op de meeste Nederlandse rotondes binnen de bebouwde kom heeft verkeer dat al op de rotonde rijdt voorrang op verkeer dat de rotonde op wil — let wel altijd op de haaientanden (B06) en borden, want dit kan per rotonde verschillen. Fietsers op een rotonde binnen de bebouwde kom hebben meestal voorrang; buiten de bebouwde kom moeten fietsers vaak juist voorrang verlenen. U geeft richting aan bij het verlaten van de rotonde (rechtknipperen), en bij de derde afslag of verder ook bij het oprijden (links). Op een gewoon gelijkwaardig kruispunt zonder borden geldt rechts gaat voor links. Voorbeeld: u wilt op een rotonde de tweede afrit nemen. U nadert, verleent voorrang aan verkeer dat al ronddraait, rijdt de rotonde op zonder richting aan te geven, en zodra u de eerste afrit voorbij bent geeft u rechts richting aan om er bij de tweede af te gaan. Een naderende tram of voorrangsvoertuig met zwaailicht en sirene gaat altijd vóór.

Kernregels

  • 1Verkeer op de rotonde heeft meestal voorrang (let op haaientanden)
  • 2Fietsers binnen de kom vaak voorrang, buiten de kom vaak niet
  • 3Richting aangeven (rechts) bij het verlaten van de rotonde
  • 4Gelijkwaardig kruispunt zonder borden: rechts gaat voor links
  • 5Tram en voorrangsvoertuig gaan altijd vóór

Oefen dit onderwerp

Test je kennis met gerichte CBR-vragen

Start →